Uilen

Van deze werkgroep is een video gemaakt. Klik op de foto hieronder om deze video te starten.

De uilen in onze regio

Onze regio Leersum – Amerongen en omstreken kent gelukkig veel geschikte biotopen voor de diverse soorten uilen.

Bosuilen voelen zich hier natuurlijk thuis met zoveel bos en voldoende broedplekken in o.m. oude holle beukenbomen.
Kerkuilen houden vooral van gevarieerde landschappen met bomen, heggen, struiken, ruige bermen en akkers. Ook dat soort biotopen zijn hier afdoende te vinden.
Steenuilen kom je tegen in wat levendiger ingerichte percelen: biotopen waar veel biodiversiteit te vinden is. Bijvoorbeeld in grotere tuinen en erven die voorzien zijn van paarden- en schapenweitjes, fruitbomen, houtwallen, een sloot of vijver, en andere schuilplaatsen voor muizen, wormen, kikkers, insecten en andere prooidieren.
Ransuilen zijn hier ook, maar leven een zeer verborgen bestaan, hoog in de bomen en laten nauwelijks van zich horen. Vandaar dat er weinig zicht is op hoe veel, of hoe weinig deze uilensoort in onze regio voorkomt.

Het werk van de Uilenwerkgroep

Behalve in de gaten houden, kan de Uilenwerkgroep voor bos- en ransuilen weinig concreets doen. Ze broeden te hoog – en voor ons onbereikbaar – in de bomen.

Maar om kerk- en steenuilen naar een erf te trekken, is het vaak al voldoende om – op de juiste plek – een goede en veilige nestplaats te creëren.

En dat is waar de Uilenwerkgroep wél een waardevolle bijdrage kan leveren. Op potentiële biotopen plaatsen we nestkasten voor deze twee uilensoorten. We controleren en onderhouden deze nestkasten en repareren ze als dat nodig is.

Vooral voor steenuilen is het belangrijk dat de nestkast marterbestendig is. Want de laatste jaren zijn steen- en boommarters met een stevige opmars in Nederland bezig. Ook in onze regio komen deze martersoorten al veel voor.

Kerkuilen bewonen flink grote nestkasten, die meestal op zo’n 4 à 5 meter hoogte vastgeschroefd moeten worden in schuren en onder overkappingen. Dat is een klus die met meerdere mensen tegelijk moet worden gedaan. En natuurlijk kunnen deze hoge nestkasten ook alleen gecontroleerd worden door mensen zonder hoogtevrees.

Verder adviseren we de eigenaren van het erf hoe ze dit eventueel nóg aantrekkelijker kunnen maken voor uilen.

Schoonmaken

En af en toe moeten zowel de kerkuil- als de steenuilkasten worden schoongemaakt, want echt schone vogels zijn uilen niet. In de kasten hoopt zich op den duur een dikke laag op van mest, braakballen, dode kuikens en resten prooidier kadavers. Die moeten er dan worden uitgehaald.

Ik help je wel, maar ik zie je niet

Iets wat veel mensen zich niet realiseren, is dat de Uilenwerkgroep voor vogels werkt die we zelf nauwelijks te zien krijgen.

Uilen zijn schuwe vogels, op hun rust gesteld en voornamelijk pas actief als het echt helemaal donker is. Vooral vlak voor het broedseizoen mag je ze niet storen, omdat ze anders kunnen besluiten een veiliger territorium te zoeken.

Alleen begin juni wordt er even in alle steenuilkasten gekeken om te zien of ze bewoond zijn.

Een paar weken erna schakelen we dan een gecertificeerd ringer in. Die meet en weegt alle kuikens en voorziet ze voorzichtig van een ringetje om hun poot. Maar ook bij het ringen geldt: niet te veel mensen erbij om de uilen zo min mogelijk te verstoren.

De kerkuil nestkasten worden eind juni/begin juli gecontroleerd en de jonge kerkuilen daarna geringd.

Resultaat: héél veel uilskuikens

Sinds 2002 heeft de Uilenwerkgroep zo’n 90 kasten opgehangen in bomen en gebouwen. Om allerlei redenen raken kasten soms buiten gebruik, of buiten ons beheer. Maar zo’n 35 steenuilen kasten en 30 kerkuilen kasten worden op het moment regelmatig door ons in de gaten gehouden.

Afhankelijk van de jaarlijkse muizen stand zijn 15 tot 25 procent van die nestkasten bezet en vliegen er per kast gemiddeld 4 jongen uit.

Mede door het werk van de Uilenwerkgroep zijn er de afgelopen jaren een kleine 1.000(!) jonge uilskuikens in deze nestkasten opgegroeid.

We mogen ons dan ook verheugen op een stabiele en nog licht groeiende broedpopulatie van deze geheimzinnige en altijd boeiende nachtelijke jagers.

Contactpersoon van de Uilenwerkgroep

Marion Braakman 0343 755142 of 06 18045556
uilen<at>dorpennatuur<punt>nl